Schuld, boete en lege glazen

Het is gebruikelijk om de Eurocrisis te presenteren als een schuld en boeteverhaal waarin Groot-Duitsland, de landen met een handelsoverschot, als de conservatieve calvinisten worden gezien en Groot-Griekenland, de landen met een handelstekort, als het uitgavenzieke Zuid en Oost-Europees gespuis. Bij de veroordelingen aan het adres van Groot-Griekenland wordt voorbijgegaan aan het feit dat Groot-Duitsland de Groot-Griekse begrotingstekorten juist nodig heeft voor haar eigen lage begrotingstekorten!

 

 

 

Schuld, boete en lege glazen: de Eurocrisis is net zoveel de schuld van tekorten als van overschotten.

Gastcolumn van Jesse Frederik, 14 februari 2012 - www.ftm.nl Het is gebruikelijk om de Eurocrisis te presenteren als een schuld en boeteverhaal waarin Groot-Duitsland, de landen met een handelsoverschot, als de conservatieve calvinisten worden gezien en Groot-Griekenland, de landen met een handelstekort, als het uitgavenzieke Zuid en Oost-Europees gespuis. Bij de veroordelingen aan het adres van Groot-Griekenland wordt voorbijgegaan aan het feit dat  Groot-Duitsland de Groot-Griekse begrotingstekorten juist nodig heeft voor haar eigen lage begrotingstekorten!

Handelstekorten  en -overschotten

Als Groot-Griekenland constant meer importeert dan het exporteert (een handelstekort) dan betekent dit per definitie dat andere landen meer exporteren dan importeren (een handelsoverschot). Tegenover elk tekort staat een overschot staan.

De Europese Unie als geheel heeft een vrij gebalanceerde handelsbalans. Binnen de Europese Unie zijn er echter grote verschillen. Groot-Duitsland, de technologisch geavanceerde Noord-Europese landen, hebben een handelsoverschot, terwijl de minder productieve Zuid en Oost-Europese landen een handelstekort hebben. Zoals in onderstaande grafiek is te zien loopt het handelstekort van Groot-Griekenland vrijwel exact gelijk aan het handelsoverschot in Groot-Duitsland.

Grafiek 1: Lopende rekeningen in Europa vierkwartaals voortschrijdend gemiddelde(Bron: Eurostat)

De productiviteitsverschillen in de Eurozone zijn enorm. Als je bedenkt dat de gemiddelde Portugese werknemer 45 procent minder productief is dan de gemiddelde Nederlandse werknemer is het niet zo verwonderlijk dat, als beide landen dezelfde munt gebruiken, Portugal´s handelsbalans zal verslechteren. Als de F3 van amateurvoetbalclub Brakkestein uit Nijmegen op een gelijk speelveld tegen Barcelona moet spelen dan gaat Barcelona overtuigend winnen.

In het verleden konden landen de waarde van de munteenheid  nog aanpassen waardoor de handelsbalans in evenwicht kon worden gebracht zelfs bij grote productiviteitsverschillen. Nu is het echter zo dat de munt voor Groot-Griekenland eigenlijk te duur is en voor Groot-Duitsland eigenlijk te goedkoop. De meest productieve landen zijn daardoor competitiever en de minder productieve landen minder competitief als wanneer ze een eigen munt zouden hebben.

Het begrotingstekort is het handelstekort!

De economie is op te delen in drie sectoren: de externe sector (het buitenland), de publieke sector (de overheid) en de private sector. In de economie is de één zijn uitgaven de ander zijn inkomen -- het totaal aan inkomsten moet dus altijd gelijk zijn aan het totaal aan uitgaven. Als het buitenland meer inkomsten heeft uit Groot-Griekenland dan uitgaven (een overschot),  dan zal de overheid of/en de private sector meer moeten uitgeven dan haar inkomen (een tekort). Onderstaande grafiek laat zien hoe de sectorale tekorten en overschotten elkaar spiegelen in Groot-Griekenland.

Grafiek 2: Sectorale balansen in miljoenen euro’s van Groot-Griekenland  (Bron: Eurostat)

In het groen ziet men de besparingen van het buitenland in Groot-Griekenland, het handelstekort. Omdat het buitenland zoveel exporteert naar Groot-Griekenland moeten andere sectoren dit compenseren. Daarom is het logisch dat de Groot-Griekse overheid over het algemeen grotere begrotingstekorten zal hebben dan in Groot-Duitsland. De overheid moet immers meer uitgeven om het handelstekort te kunnen compenseren.

Vlak voor de crisis wisten veel landen hun begrotingstekorten binnen de perken te houden. In Spanje wist men zelfs een begrotingsoverschot te hebben. Wat is er veranderd? Vanaf 2005 was het de private sector die zich in de schulden stak om het handelstekort te compenseren. Over het algemeen probeert de private sector te sparen, maar eind 2005 begon in Groot-Griekenland de private sector meer uit te geven dan haar inkomen.  Het begrotingstekort kon daardoor tijdelijk teruglopen.

Nu de financiële bubbels in Groot-Griekenland zijn geklapt probeert de private sector begrijpelijkerwijs massaal haar schulden af te betalen. Het begrotingstekort moet nu dus compenseren voor zowel de grote spaarzin van de private sector als voor het handelstekort. De tekorten in Groot-Griekenland hebben weinig met uitgavenzieke knoflooketers te maken, integendeel het is een teken van het feit dat de private sector minder uitgeeft en meer spaart!

De 3% norm

Uit bovenstaande grafiek komt ook de absurditeit van de begrotingsregels in de Eurozone goed naar voren. Stel dat de private sector altijd ongeveer 2 procent van het bbp wil sparen (in feite fluctueert dit constant, tijdens recessies probeert de private sector veel meer dan 2 procent van het bbp te sparen, maar dit terzijde). Als het handelstekort dan groter is dan slechts 1 procent  van het bbp, dan kan een land al niet meer voldoen aan de verplichting om een begrotingstekort van minder dan 3 procent te hebben. De speelruimte is uiterst klein.

Bovendien deed en doet men geen serieuze poging om de handelsbalans binnen Europa in evenwicht te brengen, integendeel Duitsland heeft door loonmatiging juist gepoogd haar eigen handelsoverschotten ten koste van Groot-Griekenland te vergroten! Hierdoor is het naleven van de begrotingsregels eigenlijk onmogelijk voor Groot-Griekenland.

Conclusie

Het economisch moralisme dat nu de norm is in landen die zichzelf zien als de bewakers van de fiscale discipline is kortom erg eenzijdig. Het is alsof een familielid zijn bier bij jouw glas giet en je dan, terwijl je trots je eigen volle glas laat zien, boos op hem wordt omdat hij zijn bier al zo snel heeft opgedronken. Veroordelingen van tekorten kunnen alleen samengaan met even scherpe veroordelingen van overschotten, de één impliceert de ander, het zijn twee kanten van dezelfde munt.

De begrotingstekorten in Groot-Griekenland financieren de export van Groot-Duitsland. Als dit problematisch wordt bevonden dan moet er iets aan de handelsbalans worden gedaan. Het begrotingstekort terugdringen is symptoombestrijding die Noord- en Zuid-Europa onnodige pijn gaat bezorgen.